fragment alfonso

Om vijf uur reed Alfonso weg van zijn werk nadat hij Agnes telefonisch had gemeld dat hij wilde overwerken en met het imponerende lawaai van drukpersen op de achtergrond klonk dat buitengewoon aannemelijk.

Tegen zessen arriveerde hij bij het hotel, zette zijn auto op de parkeerplaats, keek even in zijn achteruitkijkspiegel welk gezicht hij nu zag, dat van een bangige man of dat van een blije man. Hij zag slechts wazige verwarring en hij verbaasde zich tijdens het uitstappen over de onvoorspelbaarheid van sommige gebeurtenissen in zijn leven. Carmen, dacht hij. Carmen. Mijn god.

Alsof ze hem vanuit het hotel had gadegeslagen, kwam Carmen aanlopen. Geen spat veranderd. Nog even mooi als altijd.

‘Wat ben ik blij om je te zien, je ziet er geweldig uit.’ Ze sloeg haar armen om zijn hals en zei: ‘Wees niet bang dat ik je zal vragen over je leven nu, daar hoef ik niets over te weten. Ik kom uitsluitend om mijn eigen verleden met jou een speciale plek in mijn hart te geven.’

Carmen, dacht Alfonso, wat is ze prachtig met haar lange zwarte haar in een elegante knot gebonden, haar korte zwart leren jasje, haar decolleté dat mooie borsten deed vermoeden in een decent uitgesneden T-shirt. Borsten die hij kende, die hij had omvat in het verleden. Een verleden dat alles opnieuw in hem aanwakkerde wat hem destijds deed gloeien van geluk.

Carmen zag zijn bewondering, voelde dat het vuur niet gedoofd was en dat er een verhaal achter haar minnaar zat dat ze niet wilde weten. Ze kwam om het verleden met hem helder af te ronden, zodat ze deze liefde uit haar leven kon bannen op een manier waarop je iets moois inpakt en heel zorgvuldig wegzet.

‘Vertel me maar niks,’ zei ze. ‘Ik wil wel je stem horen.’

Alfonso kon geen woord uitbrengen. Wat moest hij haar vertellen over zijn uitstapje en de gevolgen daarvan en over zijn diepgeworteld verantwoordelijkheidsgevoel?

Hij pakte Carmen bij haar arm en zei: ‘Als ik je niks mag zeggen over wat er gebeurd is, dan wil ik je laten merken dat mijn gevoel voor jou nooit tot het verleden zal gaan behoren, zelfs als het verleden tijd is geworden.’

Met zijn arm losjes over haar smalle schouders dirigeerde hij haar naar haar hotelkamer en kleedde haar langzaam uit.

‘Je zult wel moe zijn,’ zei hij een beetje bezorgd en een beetje gespannen: ‘ga maar liggen, ik zal niks doen wat je niet wilt.’

‘Ons verlangen is nog steeds zo vanzelfsprekend als het altijd is geweest,’ zuchtte Carmen. ‘Onthoud wel dat ik niets over je leven nu wil weten. Bederf dit moment niet. Vertel niets tussen neus en lippen door, maar behandel me als vroeger, zodat ik diep in mij kan voelen, dat je oprecht van mij hield en dat ik daarna volledig kan accepteren dat het leven ons in verschillende richtingen heeft gestuwd. Omhels me. Neem me zonder te redeneren. Zoals je was…’

Inmiddels naakt, riep ze: ‘Oh ja… zo…’

Voor het eerst in een heel lange tijd kon Alfonso zich helemaal laten gaan als de man die hij gewend was te zijn in dat land dat nu zo ver van hem vandaan lag.

Hij aarzelde zelfs geen tweede keer, om zich daarna gelukzalig in Carmens armen te verstoppen om haar niet te laten zien dat hij tranen in zijn ogen had.

Voor haar was het goed zo. Hiervoor was ze gekomen. Nu kon ze sterk zijn en toegeven aan de vermoeidheid van haar lange reis…

Toen Alfonso zich na een korte douche had aangekleed, stamelde hij zacht: ‘Wees maar niet bang dat ik je ooit zal vergeten. Je blijft in gedachten bij me, waar je ook heen gaat. Zo zullen wij elkaar steeds weer tegenkomen. Duizendmaal dank, Carmencita lieveling, dat je hierheen kwam. Gracias.’

Heel zachtjes sloot hij de deur achter zich.

Wat zou zijn moeder hiervan zeggen?

Hij grinnikte als een stoute schooljongen. Dit keer niks geen hinderlijke lila cocon voor zijn ogen. Eerder een reuze roze wolk waarin hij zich super voelde toen hij zijn auto startte.

Het waren maar een paar luttele kilometers van Eemnes naar huis, dat hij koste wat het kost tot zijn thuis aan het maken was. Huisje, boompje, beestje, was dat waar zijn diepste verlangens lagen?

In zijn autospiegel bekeek Alfonso zichzelf één moment onderzoekend in de ogen. Hij zag een ietwat verdwaasde man, die zo niet kon thuiskomen. Op zijn kleren was niets aan te merken, die droegen geen sporen van de vrijpartij.

Er zaten geen lippenstiftstrepen in zijn nek en toch, hij was iemand anders geworden. Zichzelf of juist niet zichzelf? Gelukkig of ongelukkig?

Hij zette zijn auto aan de kant en keek nogmaals in de spiegel en vroeg zich af: Wie is die man? Wat heeft me bezield om een onbekende vrouw te verkrachten, althans in haar ogen, na een naar Zuid-Amerikaanse begrippen duf avondje in een kroeg om daarna ook nog heel on-macho-achtig bij de eerste oproep aan te komen vliegen, als een tamme postduif. Is het vanwege het kind, dat ik niet de dupe wil laten worden van mijn onbezonnen daad? Agnes had hem zeer zeker niet gedwongen om bij de eerste oproep zijn biezen te pakken. Net zo goed als hij vandaag niet aan het eerste telefoontje van zijn goddelijke vroegere minnares gehoor had behoeven te geven.

Die gedachte bezorgde hem een erectie. Een gevoel dat hij bij Carmen de vrije loop kon laten en waar hij bij zijn toekomstige vrouw nog maar moest afwachten of ze ooit haar preutse gedrag op zou geven en meer zou gaan worden dan moeder de huisvrouw, de veilige haven, zolang de seks maar erbuiten bleef.

Hij had de hoop dat alles goed zou komen met haar seksueel afwijzende of afwijkende gedrag. Wellicht hadden ze hulp nodig. Alfonso grinnikte bij het idee, omdat hij zich er onmogelijk een voorstelling van kon maken hoe het toe zou gaan bij een seksuoloog. Gaat u maar eens liggen en probeer het eens. Wedden dat hij zelf volkomen verlamd zou raken en zijn vrouw dan naar de dokter zou knikken met een gezicht van, ziet u nu wel.

Nee, nee, het probleem lag niet bij hem, tenzij Agnes van hem walgde. Iets wat op afkeer wees, had hij nooit bespeurd in haar dagelijkse doen en laten. Pas in bed werd haar frigiditeit voelbaar, ontstond er die niet te overbruggen kloof. Haar panische angst voor pijn.

Een wijntje, nog een wijntje, strelen, lieve woordjes, geduldige massage tot zijn lust aan het vergaan was, niets hielp. Hij hoopte dat dat straks zou veranderen. Als het kind er was. Het kind. Hij glimlachte. Dat was iets waar hij oprecht naar uitkeek. Betekende dat dat hij evenveel van Agnes hield vanwege de baby als van Carmen vanwege de hartstocht? Of waren dat twee onverenigbare grootheden? Zou één man ooit in één vrouw alles vinden wat zijn hart begeerde?

Waren er andere manieren geweest om Carmen te behouden en het kind te erkennen en er financieel zorg voor te dragen? Hij had er slechts kort over gefilosofeerd. Ik ambieer helderheid, dat is het, dacht hij. Trouw en veiligheid wellicht, zoals ik die heb meegemaakt bij mijn grootouders. Dát moet het zijn waarnaar ik zoek.

Voordat ik Carmen ontmoette was ik een verlegen stuntel. Zij heeft een man van me gemaakt. Al weet ik niet of mijn beslissingen in mijn leven van stoerheid getuigen of van zielige onderdanigheid. Blijf ik eeuwig oproepbaar, zonder aanziens des persoons?

Laat ik hopen dat Agnes over een poosje toegankelijker wordt, wanneer de baby de weg daartoe heeft vrijgemaakt. Dat haar vrouwelijkheid zo wordt als die van Carmen. Dat we samen onbeschaamd of desnoods een beetje beschaamd van elkaar kunnen genieten en daar in bed ontspannen om kunnen lachen.

Alfonso was weer bij zijn positieven en startte de auto. Met een glimlach om zijn mond, dat wel.

Ook een gediplomeerd verpleegster kan het geweldig op een gillen zetten tijdens haar bevalling. Agnes liet zich niet onbetuigd. In het begin van de weeën deed ze niets anders dan haar lichtblauwe extra extra grote T-shirt over de plek trekken waar de baby uit behoorde te komen.

Na enkele uren worstelen, puffen en schreeuwen en ik doe het niet meer roepen, kwam het donkere bolletje van de baby naar buiten. Agnes was op dat ogenblik niet bij machte zich te schamen voor het bloedende uitzicht dat zij bood.

Voor Alfonso was dit de eerste keer, nadat het kind verwekt was, dat hij zijn vrouw zo naakt zag. Ditmaal kon hij zich voorstellen dat ze zo liever niet gezien wilde worden.

‘Carmencita,’ riep hij uit toen hij zag dat hier een echte Ibañez was geboren, een beeldschone kleine Indiaan met zwarte haren en een prachtig lichtbruin lijfje.

‘Carmen?’ zei de zuster op vragende toon tegen Agnes. Die knikte wazig van ja, terwijl ze haar armen uitstrekte naar de baby met de donkerbruine ogen die heel erg op haar Chileense vader leek.

Toen zuster Agnes eenmaal bijgetrokken was van de pijnlijke bevalling ontpopte ze zich als een vrolijke zorgzame moeder. Borstvoeding leverde geen enkel probleem op. Al bedekte ze wel snel haar borst, wanneer Alfonso dichterbij kwam om vol vertedering zijn babydochter te bewonderen.

‘Voor mij voorlopig geen kinderen meer,’ uitte Agnes meer dan eens, wanneer Alfonso met haar wilde vrijen. Dat was het dan, dacht hij. Een huwelijk zonder seks.

Enige vindingrijkheid wat zijn eigen behoeften betrof, was hem niet vreemd. Zijn mannelijkheid wilde hij niet verliezen. Hoe hij met zijn seksueel kille vrouw ooit een verrukkelijke warmbloedige verhouding zou kunnen opbouwen, was hem een raadsel.

Ze vonden er samen ook geen woorden voor. Alfonso vroeg zich vaak af of het echte leven wel voor hem was bedoeld.

‘Vind je vrijen niet lekker?’

‘Knuffelen voelt beter, al het andere doet pijn…’

‘Kunnen wij daar iets aandoen?’

‘Ik zou niet weten wat…’

‘Zullen we het heel voorzichtig proberen?’

‘Ik ben moe!’

Naar buiten toe waren ze een gezin dat leuk en aardig overkwam. Het plaatje was ideaal.

Hij werkte bij een bekende drukkerij onder de rook van Amsterdam. Een mooie man met een blonde vrouw. Hij duwde wel eens de kinderwagen. Hij deed boodschappen. Zij werkte één of twee dagen in de week in een ziekenhuis en dan paste er altijd afwisselend oudere dames op de kleine Carmen: de moeder van de blonde vrouw en een dame met kort grijs haar uit de buurt. Dat had Agnes zo geregeld.

‘Jonge meisjes als babysit zie ik niet zitten,’ zei ze eens tegen Marte. ‘Dat is de kat op het spek binden.’

‘Je kunt je natuurlijk ook zelf jeugdiger kleden en er vaker samen met Alfonso op uit trekken. Dan behoef je je over die jonge babysitters geen zorgen te maken,’ zei haar vriendin. ‘Ik zou hem heel anders aanpakken!’

Het plaatje bleef ideaal. Agnes jubelde over het kind, dat haar volledig in beslag nam en Alfonso glom van trots als hij met de kleine in de wandelwagen en later aan de hand door Baarn struinde.

Op zijn werk maakte hij snel promotie. Hij was gewoon slimmer dan de rest en bovendien galant en aangenaam in de omgang. Financieel legde hem dat geen windeieren en wanneer bepaalde orders veel beter buiten de deur zouden kunnen worden uitgevoerd, dan was hij degene die zo’n opdracht begeleidde in Engelssprekende en in Spaanssprekende streken.

Trots op zijn werk, trots op zijn kind en Agnes was een prima moeder en huisvrouw en zolang hij geen seks van haar verlangde, een prima maatje.

 

Op de eerste verjaardag van de kleine Carmen stond Alfonso in de keuken limonade in te schenken toen Marte, die regelmatig bij hen over de vloer kwam, binnenliep en hem op de arm klopte en het leek bijna troostend zei: ‘Het komt allemaal wel in orde hoor, heb maar een beetje geduld met Agnes. Ze heeft nooit broers gehad, ze voelt zich totaal overdonderd door wat er is gebeurd.’

Overdonderd, dacht Alfonso. Kan een vrouw die een jaar geleden een kind heeft gekregen nog steeds overdonderd zijn door dat gebeuren? Wat bedoelen die vrouwen? Waar hebben ze het over wanneer ze het over mij hebben? Waarom praat Agnes, die nota bene verpleegster is nooit open over zaken waarover onze ouders ons nooit hebben voorgelicht.

‘Geen idee waar je het over hebt. Zou jij alsjeblieft de limonade mee naar binnen willen nemen?’ antwoordde Alfonso stuurs.

In zijn hoofd zeurde het na: Ze heeft nooit broers gehad, alsof hij wél zussen had. Zou hij daarom niet weten hoe hij met meisjes moest omgaan en zij niet hoe je jongens versiert? Waar bemoeide die trol zich mee! Als zijn grote liefde Carmen destijds zwanger van hem was geworden, dan zou hij nu met haar ergens ter wereld, het deed er niet toe waar, dansend in de keuken staan om limonade in uitbundig gekleurde plastic bekers te doen. Balorig jongleerde hij met drie lege bekers in de lucht. Ving ze handig weer op. ‘Ze kan me wat,’ riep hij luid.

Lang zal ze leven, klonk het binnen in de woonkamer, waar de ouders en een paar collega’s van Agnes blij de armen in de lucht staken.

Felicidades, felicidades,’ probeerde Alfonso zo opgewekt mogelijk te klinken, toen hij een fraai versierde verjaardagstaart binnenbracht met één kaarsje erop dat nog aangestoken moest worden.

Hoera, hoera.

De krampachtige preutsheid van Agnes begon Alfonso letterlijk en figuurlijk te pijnigen. Dit had hij niet kunnen bevroeden. Zijn engelengeduld raakte op. De pin-ups die sommige collega’s op de drukkerij aan de binnenkant van hun lockers hadden geplakt, boden geen soelaas.

Hij verlangde naar een vrouw van vlees en bloed. Agnes dacht hoogstwaarschijnlijk dat zijn verlangen wel gedoofd was, omdat hij het niet meer probeerde haar aan te raken. Een knuffel met kleren aan, dat bracht ze nog wel op. Dat vond ze gezellig. Verdere stappen in de richting van een volwassen man-vrouw relatie bracht paniek bij haar te weeg. Verstarring bij hem.

Vluchten was een mogelijkheid. Dat had hij al een keer gedaan, uit Chili. Kon een mens terugvluchten? Alfonso vond van niet. Hij vond wat anders. Iemand anders, wel te verstaan.

Op weg naar een afspraak bij een grote uitgeverij ergens achter de Bijenkorf, liep hij over de Gelderse kade naar het Centraal Station, om daar de trein te nemen naar station Amstel, waar zijn auto stond geparkeerd.

Hij was vaker in de zogeheten rosse buurt geweest met een stel mannen van de drukkerij die een bachelorsparty hielden met een vrijgezel die zijn zinnen helemaal niet op iets bloots had gezet. Dus dat werd toen zuipen.

‘Denk erom dat je je poot stijf houdt, ha ha ha, wanneer je bij die uitgever bent geweest, want zijn kantoor ligt midden in de warme buurt,’ joelden de jongens van de drukkerij een beetje vunzig lachend, toen hij vroeg waar die Achterburgwal precies lag. ‘Achter Krasnapolsky,’ hadden ze gezegd: ‘je weet wel dat grote hotel op de Dam.’

Aha, dacht Alfonso, als Carmen ooit weer onverwachts zou opduiken in Nederland dan zou hij haar daar bijvoorbeeld kunnen ontmoeten. Onthouden… dacht hij… Voor het geval dat…

Alfonso slenterde in het zonnetje langs de Gelderse kade. Bewonderde de huizen en soms de gevels, terwijl hij nadacht over de grote opdracht die hij bezig was binnen te halen. Een opdracht voor drukwerk, dat zo speciaal was en in zo’n grote oplaag geleverd moest worden, dat hij er regelmatig voor naar Spanje zou moeten. Spanje, Carmen. Waar ben je nu?

Vanuit een iets hoger gelegen raam zwaaide een mager meisje. Naar hem?

Alfonso bleef stokstijf staan. Doorlopen, dacht hij en niet als een toerist dommig staan te gluren.

Wat het hitsigheid, nieuwsgierigheid of dankbaarheid voor een vriendelijk gebaar, dat hij de acht treden van het stoepje opging, alsof hij er woonde?

Het  tengere meisje was geen jonkie meer, maar bleek een vrouw met een ultra slank meisjesachtig lijf met een kleine boezem. Vast te weinig wulps voor de mannen van de drukkerij als je afging op de door hen verzamelde pin-ups.

‘Kom binnen,’ verwelkomde de vrouw hem met een brede lach toen hij aarzelend in de deuropening bleef staan. Met zo’n blik van een bewoner die eigenlijk één verdieping hoger moet zijn, maar even nieuwsgierig voor de verkeerde deur stopt, om zogenaamd hijgend uit te rusten en als alibi zijn zware boodschappentas zuchtend van zijn rechterhand naar zijn linkerhand overbrengt.

‘Me llama Loulou, eh… eh… ik heet Loulou,’ zei ze er zo snel achteraan, dat hij twijfelde of ze hem echt in het Spaans had toegesproken en al aan zijn gezicht had gezien dat hij geen Nederlander van origine was. Ook een Zuid-Amerikaanse?

‘Vijf en zeventig gulden,’ zei ze in perfect Nederlands terwijl ze met een elegant gebaar het gordijn sloot voor nieuwsgierigen. ‘Oké?’

Alfonso knikte en ze gebaarde hem zich uit te kleden.

‘Regels gelden hier niet,’ zei ze, terwijl ze een condoom over zijn lid schoof. ‘Dit is de enige.’

Alfonso onderging dit afrollen met opperste verbazing. Met zo’n stom stukje rubber had hij nog nooit gestoeid. Het condoom omsloot hem geheel. Er was geen weg meer terug.

Rituelen bleken bij Loulou overbodig. Tijd was geld in deze branche en bovendien had hij zich in Holland nooit de rituelen van kaarsen, kaas en wijn aangemeten vanwege…

Leave a Reply

*

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers: